Bruiloft

Het woord bruiloft is ontleend aan bruid-loop, de tocht die de bruid vanuit haar ouderlijk huis naar dat van haar toekomstige echtgenoot maakte. In de oostelijke provincies heeft de bruidloop tot in de vorige eeuw gefunctioneerd. De bruidegom kwam op de afgesproken dag met een aantal versierde wagens vol jongelui naar het huis van het meisje. Alle luiken en deuren waren daar gesloten, alsof men nog sliep. Een van de jongelui vroeg, waarom ze hier naar toe waren gegaan, wat de ‘begeerte’ was, en daarop trad de ‘broedneuger’, niet de bruidegom zelf, naar voren:

Vroege ij noa mien begeerte,
Vroege ij wat ik hier wil,
‘k zal ’t jou doon verstoan.
Wees moar een weinig stil.
Wie kommen op dit pas,
Om hier een broed te hoalen,
Veur dieze brudegom,
Dat zel ik jou verhoalen…

Nadat de bruid was opgeëist, werd de grote deeldeur van binnenuit geopend. Soms volgde er een schijngevecht met de familie van de bruid; soms verstopte de bruid zich en moest de bruidegom haar gaan zoeken. Na enige versnaperingen klom het paar op een van de wagens, de uitzet van de bruid werd opgeladen en in optocht ging men naar het huis van de bruidegom. Dit heette ‘heemgeleide’. Onderweg stuitte men regelmatig op versperringen als een balk of een draad, aangebracht door dorpsgenoten, die met een traktatie konden worden afgekocht.

kerkstoet
Een katholieke bruidsstoet, overblijfsel van de bruidloop, met de weggevende vader naast de bruid. Protestanten kennen deze rol van de vader niet; bruid en bruidegom lopen bij hen gearmd de kerk in. Dankzij Hollywood is het tegenwoordig ook in Nederland niet vreemd wanneer de bruidegom zijn bruid bij het altaar opwacht. (Levenskunst, 1962)

Bij de stadse burgerij was een ‘bruidloop’ om praktische redenen niet mogelijk. Notabelen hielden zelfs niet van het het woord bruiloft, omdat dat boerse associaties gaf; zij spraken liever van huwelijk. Toch kenden zij een  abstracte uitvoering van de bruidloop, de bruidsstoet. Deze werd geformeerd op het kerkplein en had voor katholieken en protestanten een ander draaiboek. Bij katholieken was het gebruik dat de vader van de bruid haar symbolisch weggaf; zij liepen getweeën vooraan en daarna volgden de bruidegom en zijn moeder. Bij protestanten liep het bruidspaar samen naar het altaar – met de bruid rechts van de bruidegom; na de huwelijksvoltrekking was dat links. De situatie dat de bruidegom bij het altaar wacht en de bruid door haar vader naar hem wordt toegeleid, niet ongebruikelijk inmiddels in Nederland, is overeenkomstig de Angelsaskisische traditie zoals weergegeven in Hollywood-films. Ook het verlaten van de kerk geschiedde ordelijk. Eventuele bruidsmeisjes en – jonkers, die bij het naar binnengaan de stoet openden, kwamen dan na het bruidspaar om aan te geven dat het paar voortaan zelfstandig was, en dan kwam de directe familie. Buiten volgde de regen van rijst, wat de oude Romeinen al deden. Maar de bruidsstoet kon nooit langer intact blijven dan het kerkplein toestond.

Al met al is het burgerlijk bruiloftsmodel zeer sterk gebleken. In tijdschriften over trouwen wordt dit model met al zijn parafernalia ook nog steeds als droom voorgespiegeld. De variaties die mensen er in aanbrengen zijn vooral variaties in prijs. Toch wordt er ook nog op alternatieve wijze getrouwd. In 1965 baarde provo Rob Stolk opzien door met zijn bruid op een witte fiets naar het stadhuis te rijden, en dat was het startsein voor paartjes die per step, op rolschaatsen, op een motor of in een two-seater naar de plechtigheid gingen – allemaal schijnbewegingen om de aanwezigheid van de ouders niet te laten overheersen en een wat meer informele sfeer te creëren. Maar ook de plechtstatigheid van een burgerlijke bruiloft is gaandeweg verminderd. Wanneer men tegenwoordig over de bruiloft spreekt, wordt eigenlijk het bruiloftsfeest bedoeld…

Bron: Jef de Jager www.jefdejager.nl

Tweet en Like!